
Wat is een implantaat?
Implantaten zijn taps toelopend of cilindervormig en zijn meestal voorzien van een schroefdraad. Aan de binnenkant is het implantaat hol; ook hierin zit schroefdraad zodat er allerlei hulpmiddelen op geschroefd kunnen worden. Tegenwoordig zijn implantaten aan de buitenkant ruw gemaakt of hebben een speciale coating om de oppervlakte te vergroten met het kaakbot.
Wanneer er onvoldoende kaakbot is, kan worden besloten om het botvolume te vergroten. Dit kan op verschillende manieren, er wordt veelal gebruik gemaakt van lichaamseigen bot en soms wordt de combinatie gemaakt met humaan of dierlijk bot materiaal.

Wanneer plaatsen wij een implantaat?
In principe is het mogelijk om elke tand die verloren is gegaan te vervangen door een implantaat. In de praktijk blijkt echter dat dit lang niet altijd nodig is. Het is belangrijk om op strategische plaatsen implantaten te plaatsen die, net zoals op natuurlijke tanden en kiezen, kunnen worden voorzien van brugconstructies zodat er voldoende kauwvermogen verkregen wordt.

Eén-fase en twee-fasen implantaten
Als er ruim voldoende bot is om een implantaat te plaatsen is het vaak mogelijk een implantaat te plaatsen die meteen met zijn hals door het tandvlees heen steekt. Direct na de behandeling is het implantaat dus al zichtbaar, een voordeel want er is geen tweede operatie nodig.
Door ontstekingsprocessen of slechte wondgenezing is er veelal bot verloren gegaan en daardoor kan het soms noodzakelijk zijn een implantaat te plaatsen wat gecombineerd wordt met een botopbouw. Om infectie te voorkomen vanuit de mondholte wordt het implantaat onder het tandvlees aangebracht.
